Werken in Villa Augustus – Anouk, kok: 'Ik kan soms wel dansen door de keuken'

14 januari 2022

Anouk Weeda (22) rondde een opleiding in beeldende vorming af, maar besloot vorig jaar dat ze veel liever wilde koken. Zonder veel ervaring solliciteerde ze daarom op een vacature voor een hulpkok in Villa Augustus. En jawel: al snel nadat ze was aangenomen, bleken we met Anouk opnieuw een kooktalent in huis te hebben gehaald. Zelf is ze al net zo enthousiast: ‘Ik heb zó erg naar mijn zin, ik kan soms wel dansen door de keuken.’

Waarom wilde jij eigenlijk kok worden in plaats van illustrator?

Anouk: ‘Ik heb koken altijd leuk gevonden, al heb ik het niet echt van huis uit meegekregen. Ik at met mijn moeder ’s avonds meestal op de bank terwijl we naar RTL Boulevard keken, haha. Maar na wat bescheiden baantjes bij onder andere de Bezorgbeer wist ik dat ik verder wilde in de betere horeca. Van een vriendin die hier al vijf jaar werkt, hoorde ik elke keer weer superleuke verhalen over Villa Augustus. Ik waagde de gok, en het lukte!’

Nogal spannend. Je moest van het koksvak dus nog alles leren.

‘Ja, meer dan zeg maar een mandje frites in het vet hangen, deed ik bij de Bezorgbeer niet. In Villa Augustus maakte ik kennis met echte ingrediënten uit echte tuinen. Van groenten als snijbiet, schorseneren en aardperen had ik nog nooit gehoord. Toch ging het al meteen best goed, al zeg ik het zelf. Ik kreeg van alle koks in Villa Augustus veel steun en positieve feedback. Dat motiveert natuurlijk enorm.’


Waar begin je in zo’n grote keuken als je er net in meedraait?

‘Ik stond de eerste maanden aan de garde, het deel van de keuken waar de broodjes, de salades en de gegrilde groenten worden bereid. Al gauw mocht ik doorstromen naar de kant van de entremetier. Dat is de plek van de garnituren, de soepen en de pastagerechten. Daarna volgden de rôti en de patisserie/bakkerij. Zo pik je in hoog tempo allerlei verschillende aspecten van het vak op. De ene dag ben je verantwoordelijk voor de soep. De dag erop schuim je een limoentaart op en bak je een cheesecake. Het is best overweldigend. Maar je leert je snel.’

Je hoort nog weleens dat het ook een pittig beroep is. Met die al die stress en strakke hiërarchie onder koks.

‘Van stress heb ik hier geen last. Ik vind het juist wel lekker als het erg druk is en het er een tikje chaotisch aan toe gaat. Erg fijn als dan alles toch weer op zijn pootjes terechtkomt. Aan het eind van een dienst kan ik soms wel dansen door de keuken. De sfeer in de keuken is ook altijd prettig. Het is geen heftig mannenwereldje waar je in terechtkomt. We zijn met veel meiden, en er komen er ook nog steeds bij. Met elkaar vormen we een superleuk team. Je kan elk moment bij een ervaren collega aankloppen met alle vragen die je hebt. Bij mooi weer zwemmen we na het werk ook af en toe gezamenlijk in het Wantij.’